Wie ben ik?

Blog: Gebutst


Nadat ik twee jaar geleden onderuit ging tijdens het hardlopen, heb ik fysiek behoorlijk moeten inleveren. Omdat ik niet alleen mijn hand brak, maar ook op mijn knieën, schouders en gezicht viel, was alles kapot en gekneusd. Dat had een enorme impact op mijn dagelijks leven. Ik kon nog maar weinig zelf, terwijl ik het heel naar vind om hulp te vragen. Het was mijn grootste motivatie om zo snel mogelijk weer de “oude” te worden. Ik wilde anderen niet lastig vallen.

 

En dan word je creatief. De vloer dweilen met je voeten, zodat je niet hoeft te bukken. Niet op je knieën kunnen leunen, dus overal een zitkrukje meeslepen. Voorover hangen om je aan te kleden omdat je je schouder niet kunt bewegen. Eten met de linkerkant van je mond omdat aan de rechterkant je kaak is verschoven. Slecht slapen omdat je rug zo’n pijn blijft doen. En onvoldoende voor jezelf zorgen, omdat je vanwege een veel te hoge huur geen geld en tijd overhebt om met je beschadigde lijf aan de gang te gaan.

 

Je kunt je dus voorstellen hoe opgelucht ik was toen ik een half jaar geleden mijn nieuwe flatje betrok. Ja, het was even heel stressvol want alles moest snel en ik voelde me niet fit. Maar ik heb er rust voor teruggekregen (eindelijk geen lawaai meer van de buren) en heb nu een huur die ik kan betalen (400 euro minder). Je zou denken dat de zorgen nu verdwenen zijn. Niets is minder waar.

 

Vanaf dat ik hier woon lijkt mijn lichaam besloten te hebben om nu in protest te gaan. Het begon met mijn rug die 24/7 pijn doet en waar vooralsnog geen therapie iets in heeft kunnen betekenen. Daarna begon de zenuwpijn in mijn voeten en benen, waarvan de oorzaak (nog) niet bekend is maar waarvan de gevolgen behoorlijk heftig zijn. Vervolgens kreeg ik last van mijn stuitje dat, zo bleek afgelopen week, scheef stond. Het positieve is dat ik nu wel noodgedwongen aandacht en energie besteed aan mijn lichaam. Het vervelende is de voortdurende pijn, het moeizame bewegen en het beperkte aantal uren dat ik slaap.

 

Maar van de week drong het wel tot me door dat er iets niet klopt. Want ondanks dat ik in mijn vrije tijd enorm beperkt wordt in wat ik kan doen, ben ik op mijn werk gewoon doorgegaan met alles wat ik voorheen ook deed. Ik wil niet uitvallen. Ik wil niet gezien worden als iemand die het niet aankan. Daarom ben ik nog steeds op tijd bij een vroege afspraak, ook als ik niet heb geslapen. En stem ik in als een client zegt dat hij/zij alleen eind van de middag kan afspreken, ook al is mijn kaarsje dan al lang uitgegaan. Blijf ik nog steeds te lang op mijn stoel zitten bij gesprekken die uitlopen, ook al weet ik dat ik daarna amper nog kan lopen. Werk ik desnoods in het weekend aan dingen die ik doordeweeks niet af heb gekregen.

 

Waarom vind ik het zo belangrijk om op mijn werk te laten zien dat ik het allemaal wel aankan? Waar ben ik bang voor? Dat mensen erachter komen dat ik van vlees en bloed ben, pijn heb en momenteel niet kan wat ik twee jaar terug nog wel kon?  Ik ben er nog niet helemaal achter, maar ik ben wel met deze vragen aan de gang gegaan. Omdat ik niet van plan ben om in deze situatie te blijven zitten. Maar daar moet ik wel wat voor doen. Openheid geven. En hulp vragen bijvoorbeeld.   


Wie ben ik?

Ik schrijf al mijn hele leven, maar debuteerde pas in 2019 met mijn eerste gedichtenbundel Overstromen. Dat was het begin van een ononderbroken schrijfexplosie.

Naast mijn werk als zorgprofessional schrijf ik romans en gedichten. Als echte boekenwurm lees ik alles wat los en vast zit, maar vooral romans, thrillers en biografieën. Ook plaats ik wekelijks een goed gelezen blog op sociale media.


Wat ik ook doe is manuscriptredactie en ghostwriting voor andere auteurs. Het afgelopen jaar heb ik aan zes andere boeken mijn bijdrage mogen leveren.


Ik ben gek op Harlingen, waar mijn vader vandaan komt, en inmiddels ook op Rotterdam; twee steden waar ik graag kom en ook veel inspiratie vandaan haal.

Op 22-12-2023 verscheen mijn deels historische roman over Harlingen: De Stenen Man! Daar heb ik enorm naar uitgekeken. De eerste boekpresentatie van De Stenen Man heeft in Harlingen plaatsgevonden en dat was een feestje! En de tweede, die in de bieb op het Neude in Utrecht plaatsvond, werd ook een dag om niet te vergeten. 

Inmiddels is er zo vaak naar een vervolg op dit boek gevraagd, dat ik ga starten met de research hiervoor. En ik heb er zin in!






Blog: Liedje


Een liedje wordt over het algemeen geen hit als er slechts een goede tekst in zit. Dat is mooi meegenomen, maar het draait om de melodie, het ritme en de vibe. Als die kloppen, doet dat iets met je lijf. Je ziet dat al bij peuters, die gaan automatisch bewegen (en lachen) bij een lekker ritme. En als een melodie je pakt, dan wil je meezingen en voel je iets opleven in je hart. Je wordt geraakt. En dat kan best door een liedje met een fluttekst zijn.

 

Rond mijn 12e levensjaar was ik, zoals velen, een groot Doe Maar fan. En ik snap heel goed waarom. Aanstekelijke reggae ritmes, prachtige koortjes, mooie melodieën en makkelijk mee te zingen. Maar niet alle teksten zijn hoogstandjes, zeg maar… In Tijd Genoeg, een van mijn favoriete Doe Maar liedjes met een vredige en sprookjesachtige sfeer, komt in een couplet vanuit het niets opeens de volgende zin voor: “Ze zeggen regen, regen regen op je kop, aiaiai.”

Nog steeds luister ik daar met kromme tenen naar. Hoezo zei Henny Vrienten niet tegen Ernst Jansz: ‘Hey luister, dit lied is fantastisch, maar die ene regel haalt alles onderuit. Je kan toch wel beter dan dat?’ En waarom dacht Ernst zelf niet tijdens het terugluisteren dat hij zich hiermee er wel erg makkelijk van af had gemaakt. Het is als een zwarte veeg over een verder geweldig kleurrijk schilderij.

 

Ik ben natuurlijk niet voor niets schrijver geworden. Ik hou van woorden. En sommige teksten zijn zo hemelschreiend mooi dat ze een liedje naar een hoger niveau tillen.

Omdat ik het vandaag over Nederlandstalige muziek heb, noem ik enkele voorbeelden van door mij enorm gewaardeerde muzikale helden uit ons kleine landje.

Zo vind ik Huub van der Lubbe een van de beste tekstschrijvers ooit.

 

“Ik vraag nog twee koffie, stel dat ze verschijnt,

en een paar klontjes extra, voor dit bittere eind.” ( Dit Bittere Eind)

 

“De avond valt in duizend stukken op de straten van de stad.

Met bonzend hart als wichelroede zoek ik mijn verloren schat.” (Binnen Zonder Kloppen)

 

Maar ook Paul de Munnik ( van Acda en de Munnik) kan er wat van.

 

“Je bent er nog, in de winter op het land,

als de kou het grootst verdriet om jou gevangen houdt.” (Je Bent Er Nog)

 

Wat heb ik gehuild om dat nummer! En wat had ik zelf graag zo’n zin geschreven. Het inspireert en geeft herkenning. Maar het is de combi van muziek en tekst die dit liedje zo bijzonder maakt.

 

De reactie op een mooi lied is van alle tijden. Ik sluit deze column dan ook af met een lied van heel lang geleden, toen ik nog niet eens geboren was. Terwijl een klaaglijke viool de aparte stem van Willy Derby begeleidt, wordt er een telefoongesprek bezongen tussen een moeder en haar zoon, gescheiden door een voor die tijd onoverkoombare afstand over zee.

 

“Hallo? Bandoeng?”

“Ja moeder, hier ben ik.”

“Dag lieve jongen”, zegt ze met een snik.

“Hallo hallo? Hoe gaat het, oude vrouw?”

Dan zegt zij alleen: “Ik verlang zo erg naar jou...” (Hallo Bandoeng)

 

Een verhaal op muziek van liefde en verlangen, eindeloos mooi in al zijn eenvoud.

Beluister bovenstaande fragmenten eens op You Tube en huil. Omdat muziek zo diep kan gaan. En omdat woorden kunnen helen.